De OneTouch Vita controlevloeistof is uitsluitend bedoeld voor gebruik met de OneTouch Vita teststrips.
Het flesje bevat voldoende vloeistof voor 75 tests.
OneTouch Vita controlevloeistof wordt gebruikt om het testen te oefenen en te controleren of de meter en teststrips correct werken.
Voer een controletest uit:
- voordat u uw eerste bloedglucosetest uitvoert;
- wanneer u een nieuw buisje teststrips opent;
- wanneer u vermoedt dat de meter en de teststrips niet juist werken;
- als u herhaaldelijk onverwachte bloedglucoseresultaten krijgt;
- als u de meter hebt laten vallen of als deze beschadigd is.
Tests met controlevloeistof moeten worden uitgevoerd bij kamertemperatuur (20-25 °C). Zorg ervoor dat de meter, de teststrips en de controlevloeistof op kamertemperatuur zijn voordat u de test uitvoert.
1. De controlevloeistof voorbereiden en aanbrengen

Schud het flesje controlevloeistof en verwijder de dop.
Knijp in het flesje om het eerste druppeltje te verwijderen en veeg vervolgens de tip af met een schone tissue of schoon doekje.
Houd een hangende druppel controlevloeistof bij het smalle kanaaltje tegen het uiteinde van de teststrip.

De controlevloeistof mag niet worden aangebracht bovenop de teststrip.

Als het bevestigingsvenster vol is, begint de meter af te tellen van 5 tot 1.
2. Het resultaat aflezen Het resultaat van de test met de controlevloeistof wordt op het scherm weergegeven, samen met de datum, het tijdstip, de meeteenheid en het woord „controletest“.
Als het woord „controletest“ niet op het scherm verschijnt, dient u de test opnieuw uit te voeren met een nieuwe teststrip.
3. Controleren of het resultaat in het juiste bereik valt

Vergelijk het resultaat dat op de meter wordt weergegeven met het bereik voor de OneTouch Vita controlevloeistof dat vermeld staat op het buisje teststrips.
Als het resultaat van een test met controlevloeistof buiten het verwachte bereik ligt, dient de test met controlevloeistof eerst met een nieuwe teststrip te worden herhaald.